Overdracht

Informatie uit het basisonderwijs

Elke leerling krijgt bij het verlaten van de basisschool een onderwijskundig- of schoolverlatersrapport (OKR) mee naar de middelbare school. Bij sommige leerlingen zal hier al in vermeld staan dat er sprake is van dyslexie of dat er signalen zijn van lees- of spellingproblemen. Om de ontwikkeling van leerlingen met lees- en spellingproblemen of dyslexie in een doorgaande lijn te kunnen waarborgen is het wenselijk om aanvullende informatie te geven aan de middelbare school. Hierbij kan gebruik worden gemaakt van het Overdrachtsformulier po-vo bij leerlingen met dyslexie en zwakke lezers/spellers. Bekijk in deze video hoe dit in de praktijk werkt en waarom deze aanvullende informatie nodig is.

 

Video | Succesvolle overstap van po naar vo in beeld

Met een ingevulde vragenlijst als deze geeft de basisschool op een gestructureerde wijze de benodigde informatie door aan het voortgezet onderwijs. Wanneer er sprake is van dyslexie kan hier (indien akkoord ouders/verzorgers) ook het verslag van het dyslexieonderzoek en het eindverslag van de behandeling bij worden gevoegd. 

Aan de slag met informatie uit het basisonderwijs

In de overdracht van po naar vo kan gebruik worden gemaakt van de aanpak van Handelingsgericht werken (Pameijer et al., 2009). Handelingsgericht werken (HGW) is een cyclische wijze van werken waarbij de leerling centraal staat. HGW richt zich zowel op leerprestaties als op aspecten als welbevinden, werkhouding, sociaal gedrag en talentontwikkeling. Op basis van handelingsgericht werken ziet het gebruik van de overdrachtsgegevens er als volgt uit:

HWG_cyclus_def.png
  1. Waarnemen
    Naast de gegevens uit het onderwijskundig rapport (OKR) is het waardevol om aanvullende informatie te hebben over zwakke lezers en spellers en leerlingen met dyslexie. Hiervoor kan het Overdrachtsformulier po-vo bij leerlingen met dyslexie en zwakke lezers/spellers worden gebruikt. Het gebruik van een formulier als deze heeft als doel een zo volledig mogelijk beeld te krijgen van het lees- en spellingniveau, de al eerder geboden hulp en de resultaten daarvan. Daarnaast geven faciliterende en belemmerende factoren ook waardevolle informatie. Hoe is de motivatie van de leerling? Is er sprake van faalangst? Ten slotte geeft de basisschool een overzicht van de faciliteiten die reeds zijn geboden (compensaties, dispensaties, oefensoftware, etc.). 

    Het voordeel van het doorgeven van al deze informatie is dat leerlingen niet onnodig worden getoetst in de brugklas. Goed overleg over alle beschikbare informatie zorgt ervoor dat de tijd die anders gestoken was in het afnemen van signaleringstoetsen, nu gestoken kan worden in de ondersteuning van de leerlingen met dyslexie.

    Deze informatie tegelijkertijd met het OKR worden gedeeld in april, maar indien nodig kan de informatie uiteraard ook daarna nog worden opgevraagd. Ditzelfde geldt (wanneer sprake is van dyslexie) voor het opvragen van het onderzoeksverslag, dyslexieverklaring en eindbehandelingsverslag bij ouders.
     

  2. Analyseren & begrijpen
    De middelbare school ontvangt in april alle informatie en heeft dan tijd om zich goed in te lezen in de leerling. De dyslexiecoach (of andere functionaris in de school) gaat zich zodra de informatie compleet is inlezen en het overdrachtsformulier aanvullen waar nodig vanuit het onderzoeksverslag, eindbehandelingsverslag dyslexie en recente handelingsplannen (lees meer over het dyslexieonderzoek en afsluiting van de dyslexiebehandeling). Voor de inzet van een dyslexiehulpmiddel kan hier gebruik worden gemaakt van het SETT-model. Het overdrachtsformulier kan in het leervolgsysteem van de leerling worden gehangen zodat alle docenten op de hoogte zijn van de reeds aanwezige informatie en ondersteuning die geboden kan worden aan de leerling.
     
  3. Plannen
    Ga bijvoorbeeld aan het begin van de brugklas met de leerling in gesprek over welke ondersteuning hij of zij nodig heeft en stel samen een dyslexiekaart op (lees meer in de Gespreksleidraad kennismaking en opstellen dyslexiekaart). Houd hierbij rekening met de informatie die je hebt ontvangen in de overdracht (OKR en aanvullend). Wanneer een leerling op de basisschool gebruik heeft gemaakt van een dyslexiehulpmiddel als voorleessoftware dan kan dit indien de leerling deze behoefte heeft worden voortgezet op het voortgezet onderwijs. Dit kan in kaart worden gebracht met het IPPA-basisinterview (Wessels et al., 2002). Wanneer de vo-school een ander hulpmiddel aanbiedt dan de leerling gewend is dan is een (verkorte) instructie voor het gebruik belangrijk zodat de leerling dit hulpmiddel ook goed kan inzetten.

    Eventueel zou er gestart kunnen worden met psycho-educatie in groepjes (lees meer over psycho-educatie op ondersteuningsniveau 2 en ondersteuningsniveau 3) voor het accepteren van de dyslexie en het leren leren met dyslexie. Door dit in kleine groepjes te doen creëer je ook een vorm van lotgenotencontact en zien leerlingen dat ze niet de enige op school zijn met dyslexie. Daarnaast zou indien de informatie uit de overdracht hier aanleiding voor geeft (bijv. wanneer hierin staat dat een leerling veel moeite heeft met Engels) hier in de klas extra ondersteuning (ondersteuningsniveau 2) kunnen worden gegeven.

  4. Realiseren
    Rond de herfstvakantie wanneer een leerling is gewend op het vo kan er gekeken gaan worden of de leerling het redt met de ondersteuning op basis van  de overdrachtsgegevens op niveau 1 (reguliere lessen) en indien nodig niveau 2 (extra instructie en oefentijd) of dat er wellicht toch extra ondersteuning, dyslexiehulpmiddelen of aanvullende of andere faciliteiten nodig zijn. Lees meer over de inzet van de ondersteuningsniveaus. Hier is ook informatie te vinden over het verbinden van bepaalde dyslexiehulpmiddelen aan ondersteuningsniveaus. Op www.dyslexiehulpmiddelen.com zijn adviezen te vinden voor de implementatie van dyslexiehulpmiddelen.

    Wanneer een leerling al gebruik maakt van een dyslexiehulpmiddel, omdat hij of zij dit ook op de basisschool al deed, kan besproken worden hoe dit gaat en of aanpassingen in (de organisatie van) het gebruik nodig zijn. Bijv. is het hulpmiddel goed in te zetten en/of nodig bij alle vakken? Hierbij kan het evaluatie-instrument dyslexiehulpmiddel worden gebruikt.

Lees meer