Sociaal-emotionele begeleiding

Dyslexie gaat vaak samen met een lage zelfwaardering en een negatief zelfbeeld. Dit heeft natuurlijk ook zijn weerslag op de leerresultaten en de motivatie. Omgevingsfactoren, zoals de mate waarin er op school aan de behoeften van een leerling tegemoet wordt gekomen, kunnen een positieve invloed hebben op de sociaal-emotionele ontwikkeling. Leerkrachten en docenten kunnen een belangrijke rol spelen als het gaat om leren omgaan met de negatieve gevolgen van de dyslexie en het versterken van het zelfbeeld. Drie basisbehoeften spelen daarbij een belangrijke rol:

  • Behoefte aan relatie: het creëren van een veilig leerklimaat waarbij leerlingen en leerkrachten/docenten elkaar in hun waarde laten en leerlingen het gevoel krijgen erbij te horen (en bijv. niet uitgelachen worden bij hardop lezen).
  • Behoefte aan competentie: leerlingen hebben succesvolle leerervaringen nodig zodat zij weten dat zij iets kunnen. Het opdoen van succesvolle ervaringen kan veel frustratie en de gevolgen (bijvoorbeeld teruggetrokken of juist brutaal gedrag) daarvan voorkomen.
  • Behoefte aan autonomie: leerlingen moeten het gevoel krijgen dat ze zelf hun ontwikkeling kunnen sturen. Dit gevoel kan vergroot worden wanneer leerlingen zelfstandig taken kunnen uitvoeren en daarbij onafhankelijk zijn van anderen. Ondersteunende (dyslexie)hulpmiddelen en keuze in de wijze waarop ze iets aanpakken, kunnen hierbij helpen.

Hoe kun je als leerkracht of docent ondersteunen bij deze drie basisbehoeften? Het begint bij het tonen van vertrouwen in het kunnen van de leerling en het bieden van voldoende uitdaging. Vanuit vertrouwen en verwachtingen kan de sociaal-emotionele ontwikkeling bevorderd worden. Dit is het startpunt voor het opbouwen van een goede relatie met de leerling en het ondersteunen in het accepteren van de dyslexie.

Een voorwaarde om dyslexie te kunnen accepteren is weten wat dyslexie is, dit geldt zowel voor leerkrachten/docenten als de leerlingen. Neem het serieus als leerprobleem. Praat met de leerling en vraag na waar deze leerling last bij ervaart. Dit kan erg verschillend zijn. Zorg voor een veilig klassenklimaat en bespreek met de leerling of hij informatie over dyslexie wil delen met de klas. Door begrip te tonen voor de problemen die een leerling ervaart, is de kans groter dat er een vertrouwensband ontstaat tussen leerling en leerkracht/docent. Let op de emoties die je bij de leerling ziet. Waar komt deze frustratie of dit verdriet vandaan? Bekijk samen wat er in het vervolg gedaan kan worden aan de situatie die deze emoties oproept.  Mocht de leerling veel negatieve emoties en grote frustraties ervaren dan kan het verstandig zijn om de dyslexiecoach of de schoolpsycholoog in te schakelen. 

Voor meer adviezen kan gekeken worden in hoofdstuk 5 van het Protocol Dyslexie Voortgezet Onderwijs.