Psycho-educatie

Om leerlingen en de mensen in hun omgeving duidelijk te maken wat dyslexie is, waar het vandaan komt en wat voor gevolgen het kan hebben, is het belangrijk om psycho-educatie aan te bieden. Deze informatie maakt de acceptatie van het hebben van dyslexie voor de leerling gemakkelijker. In dit artikel leggen we uit wat psycho-educatie is en hoe je het kunt inzetten. Er bestaan verschillende methodieken die je kunt inzetten voor psycho-educatie. In dit artikel worden een aantal methodieken uitgelicht.

Wat is psycho-educatie en voor wie is het bedoeld? 

Wanneer een leerling gediagnosticeerd wordt met bijvoorbeeld dyslexie of ADHD, is het belangrijk om aan de leerling en de omgeving uit te leggen wat dyslexie precies inhoudt en hoe je ermee om kunt gaan. Deze uitleg noemen we psycho-educatie en deze is zowel voor de leerling zelf, als ook voor andere betrokkenen zoals familieleden, medeleerlingen en leerkrachten/docenten belangrijk.

Voor kinderen kan het wenselijk zijn om bijvoorbeeld een korte spreekbeurt te geven over dyslexie voor hun klasgenoten, om zo de acceptatie van dyslexie bij de klasgenoten en zichzelf te vergroten. Daarnaast kan op de middelbare school door de dyslexiecoördinator of dyslexiecoach een presentatie aan het team worden gegeven om de bewustwording onder het team te vergroten en hen handvatten te geven hoe ze een leerling kunnen ondersteunen.

Als mensen in de omgeving meer weten over wat dyslexie inhoudt, dan verbetert dit hun begrip van de situatie. Op die manier kunnen ze het kind of de jongere beter ondersteunen en helpen bij zijn of haar acceptatie van dyslexie.

Waarom psycho-educatie? 

De uitleg over wat dyslexie is en hoe je ermee om kunt gaan, helpt een leerling om dyslexie te erkennen en herkennen en daardoor meer te accepteren. Deze acceptatie zorgt dat de leerling beter in zijn of haar vel zit en dit bevordert zijn of haar leerresultaten, bijvoorbeeld op het gebied van lezen en spellen, maar ook bij andere vakken waar dyslexie invloed heeft op het leren.

Wanneer een kind of jongere nog niet voldoende weet over dyslexie, waar het vandaan komt en wat voor gevolgen het kan hebben, dan kunnen zij zich dom voelen en gefrustreerd raken als het lezen en/of spellen niet lukt. Daarnaast hebben sommige leerlingen de neiging om te zeggen ‘ik heb dyslexie, dus ik kan ‘het’ niet’. Om zulke negatieve gedachten en gevoelens bij kinderen en jongere te voorkomen of weg te nemen kan psycho-educatie geboden worden. Dit kan bijvoorbeeld via informatiefolders of tijdens de dyslexiebehandeling.

De effectiviteit van psycho-educatie bij dyslexie is nog onvoldoende wetenschappelijk bewezen, maar op basis van onderzoeken bij andere ontwikkelingsstoornissen (o.a. autisme) en kleinschalige eerste studies op het gebied van dyslexie, kan gesteld worden dat psycho-educatie mogelijk een positief effect heeft op het sociaal-emotioneel functioneren van een leerling. Belangrijk daarbij is wel dat psycho-educatie mogelijk niet voor iedereen effectief is en dat de inhoud van de psycho-educatie afgestemd moet worden op de behoeftes van de leerling om de effectiviteit te vergroten. Voor uitgebreidere informatie over de bewezen effectiviteit van psycho-educatie, zie de Brede Vakinhoudelijke Richtlijn Dyslexie op pagina 105 en 106.

Wie verzorgt psycho-educatie?

Bij het aanbieden van psycho-educatie aan leerlingen is zowel een rol voor de zorg als voor het onderwijs weggelegd. Tijdens dyslexiebehandelingen wordt de psycho-educatie verzorgd door een zorgprofessional, zoals een orthopedagoog of psycholoog. Een leerkracht, ib’er, rt’er, dyslexiecoach of -coördinator kan het effect van de psycho-educatie versterken en voortbouwen op wat tijdens de dyslexiebehandelingen gedaan wordt, door hier op school ook aandacht aan te besteden. Zij kunnen bijvoorbeeld de sterke kanten van de leerling benadrukken en hem of haar complimenteren op zijn of haar vooruitgang in de klas of tijdens de dyslexiebegeleiding. Verder kunnen deze onderwijsprofessionals met de leerling spreken over het accepteren van de lees- en of spellingproblemen, om eerdere negatieve ervaringen terug te dringen. Ook kan een leerkracht in de klas een veilig klimaat creëren voor de leerling met dyslexie, waarin hij of zij dingen durft te bespreken over zijn of haar lees- en spellingproblemen. Op deze pagina lees je meer over hoe leerkrachten en docenten hun leerlingen kunnen begeleiden op sociaal-emotioneel gebied.

Methodieken voor psycho-educatie

Om psycho-educatie over dyslexie aan kinderen of jongeren aan te bieden, zijn verschillende methodieken ontwikkeld. De methodieken worden hieronder besproken. Een aantal van deze methodieken bevatten naast de component psycho-educatie ook nog andere componenten. Voor dit artikel wordt alleen het onderdeel psycho-educatie van deze methodieken besproken. Voor meer uitleg over de andere componenten kunnen de methodieken zelf geraadpleegd worden.

Dyslexie, wat is dat?

Voor en door wie?

De methodiek Dyslexie, wat is dat? bestaat uit twee verschillende werkboeken: een voor leerlingen in het basisonderwijs van ongeveer 7-12 jaar en een voor leerlingen in het voortgezet onderwijs van 12-18 jaar. De methodiek is ontwikkeld voor leerlingen met dyslexie. Deze methodiek kan op individueel niveau worden ingezet door een dyslexiebehandelaar (o.a. orthopedagoog of psycholoog) of op school in de klas of door een remedial teacher.

Hoe ziet het eruit?

In het werkboek wordt aandacht besteed aan wat dyslexie is en wat het met je doet, dit zorgt voor meer erkenning en acceptatie van dyslexie bij leerlingen. Naast de werkboeken is er een handleiding beschikbaar voor leerkrachten en ouders.

Wegwijs in Dyslexie (en Dyscalculie) 

Voor en door wie?

De recent verschenen methodiek Wegwijs in Dyslexie is ontwikkeld voor kinderen uit de bovenbouw van het basisonderwijs (groep 6 t/m groep 8) en de onderbouw van het voortgezet onderwijs. Het programma is bedoeld voor kinderen en jongeren met dyslexie (of dyscalculie) die signalen geven van psychisch lijden. Met psychisch lijden wordt bijvoorbeeld verwezen naar het ervaren van veel stress. Het gaat hierbij om de hele groep kinderen met dyslexie, dus zowel kinderen binnen als buiten de vergoedingsregeling (voor informatie hierover, zie Leidraad Vergoedingsregeling Dyslexie van onderwijs naar zorg).  

Het programma kan gebruikt worden door orthopedagogen of psychologen die werkzaam zijn als dyslexiebehandelaar of door gespecialiseerde rt’ers of ib’ers onder supervisie van een gedragsdeskundige. Onderdelen van Wegwijs in Dyslexie kunnen door de dyslexiebehandelaar gecombineerd worden met de dyslexiebehandeling. Voor de gedragsdeskundigen is een wetenschappelijk onderbouwde handleiding beschikbaar.

Hoe ziet het eruit?

De methodiek bestaat uit een individuele training met een bijbehorend werkboek voor het kind of de jongere. De training bestaat uit tien wekelijkse sessies met het kind of de jongere, twee sessies met de ouders en twee sessies met de leerkracht. Echter kunnen professionals hiervan afwijken, wanneer zij daar goede redenen voor hebben.

Het programma bevat drie componenten: cognitieve gedragstherapie, psycho-educatie en het aanleren van copingvaardigheden. De psycho-educatie is niet alleen op het kind of de jongere zelf gericht, maar op alle betrokken in zijn of haar omgeving. De directe omgeving wordt aangemoedigd om begrip te tonen, zodat het kind of de jongeren beter in zijn of haar vel zit. Om dit begrip te vergroten in de directe omgeving (bijvoorbeeld klas, ouders of grootouders), geeft het kind of de jongere een korte presentatie over dyslexie.

Lees meer

Orthopedagoog-generalist Jojanneke van der Beek, docent aan de Universiteit Utrecht en promovenda aan de Radboud Universiteit, is een van de ontwikkelaars en vertelt meer over deze methodiek in dit artikel van het Nederlands Kwaliteitsinstituut Dyslexie (NKD). Ook gaat zij in haar promotieonderzoek kijken naar de effecten van de methodiek Wegwijs in Dyslexie.

Dyslexiesleutels

Voor en door wie?

De methodiek Dyslexiesleutels is in principe ontwikkeld voor leerlingen met dyslexie in de brugklas. De onderdelen over (leer)strategieën kunnen echter ook in hogere klassen ingezet worden, alleen moet de inhoud daar dan op aangepast worden. De methodiek kan worden uitgevoerd door de rt’er op school in groepsverband, maar deze kan ook individueel voor een leerling met dyslexie worden ingezet buiten school als externe dyslexieprofessional. Verder kan de rt’er ook docenten begeleiden bij het geven van de lessen van het programma.

Hoe ziet het eruit?

Bij dit programma werken de kinderen of jongeren in groepsverband (zes tot tien leerlingen) binnen de schoolcontext met opdrachten in een werkboek tijdens zes verschillende bijeenkomsten. In deze zes bijeenkomsten van ongeveer twee lesuren komen drie thema’s aan bod: psycho-educatie, leerstrategieën en het maken van toetsen zonder stress.

De eerste twee lessen gaan over psycho-educatie en deze staan in het teken van erkenning, begrip en acceptatie. De leerlingen leren wat dyslexie is en welke uitdagingen die met zich meebrengt voor hun. Een belangrijk voordeel van dit programma is dat leerlingen met andere leerlingen kunnen praten over hun dyslexie en op die manier herkenning vinden bij andere leerlingen. Ook bleek uit een pilot van deze methodiek dat vooral vmbo-basis en -kaderleerlingen op sociaal-emotioneel gebied profiteerden van de lessen. Zij gaven aan meer zelfvertrouwen te hebben door het volgen van de lessen en ze zien zichzelf in een positiever licht.

Lees meer

Orthopedagoog-generalist Marzenka Rolak, met een specialisatie op het gebied van dyslexie in het voortgezet en hoger onderwijs, vertelt in dit artikel meer over de methodiek Dyslexiesleutels. Zo gaat ze in op de inhoud van de lessen en de theorie daarachter, de ervaringen die zij heeft opgedaan met dit programma en hoe een rt’er deze methodiek op verschillende manieren kan inzetten.

Dyslexie de Baas

Voor en door wie?

Voor leerlingen met dyslexie in het voortgezet onderwijs tussen de 12 en 16 jaar, is de methodiek Dyslexie de Baas ontwikkeld. Het programma richt zich op jongeren met (beginnende) psychische klachten, hierbij kan gedacht worden aan het ervaren van stress. Het programma kan worden uitgevoerd door een zorgprofessional tijdens de behandeling, dit kan een orthopedagoog, schoolpsycholoog of GZ-psycholoog zijn.

Hoe ziet het eruit?

Het programma bestaat uit een groepstraining bestaande uit elf sessies, een terugkomsessie en twee ouderbijeenkomsten. De jongeren werken tijdens de training in een werkboek. In deze sessies wordt gewerkt aan het beter omgaan met dyslexie bij jongeren, opdat de kans op secundaire gevolgen op het gebied van de sociaal-emotionele ontwikkeling geminimaliseerd worden. Het programma bestaat uit psycho-educatie, cognitieve herstructurering en het aanleren van zelfregulatiestrategieën.

Lees meer

Het programma Dyslexie de Baas is in een pilotstudy onderzocht (Poleij, Leseman en Stikkelbroek, 2009). Het bleek dat de jongeren na afloop minder internaliserende klachten, een sterker geloof in hun kunnen, positievere competentie gevoelens ten aanzien van hun leervaardigheden, minder spanning tijdens toetsen en minder emotionele copingstrategieën hadden.

Bronnen en lees meer

Meer informatie over psycho-educatie is ook te vinden in paragraaf 4.3.2 van de Brede Vakinhoudelijke Richtlijn Dyslexie (BVRD) op pagina 104-106.