Pedagogisch-didactische ondersteuning

De problemen die leerlingen met dyslexie ervaren kunnen zowel invloed hebben op talige vaardigheden als op niet-talige vaardigheden. Ook buiten de specifieke hulp in het lezen en spellen om hebben leerlingen met dyslexie soms extra ondersteuning nodig. Leerkrachten en docenten kunnen hun lesactiviteiten zo inrichten, dat ook leerlingen met dyslexie optimaal kunnen leren. De meeste adviezen zijn voor zo wel basisonderwijs als het voortgezet onderwijs goed bruikbaar.

Er kan bijvoorbeeld bij de voorbereiding van lesactiviteiten gedacht worden aan welke leerlingen extra tijd nodig hebben om de opdrachten te verwerken. Als leerkracht en docent kun je zelf de keus maken of je dan van de leerlingen met dyslexie minder gemaakte opdrachten verwacht, of dat de leerlingen meer tijd krijgen om alle opdrachten te maken, of dat er afspraken zijn die je kunt maken rondom het (laten) voorlezen van teksten. Samenwerken met een klasgenoot kan ook een goede optie zijn, om een leerling met dyslexie ondersteuning te bieden bij het lezen van teksten en opdrachten.

Wanneer een leerling gebruik kan maken van ICT-hulpmiddelen is het belangrijk dat er afspraken zijn rondom het gebruik hiervan. Dit kan gaan over hele praktische zaken, zoals het afspreken wie zorgt voor de technische apparatuur. Het kan ook gaan over meer inhoudelijke zaken, zoals wanneer een leerling wel of niet gebruik mag maken van hulpmiddelen. Een vo-leerling kan hier zelf al goed in meedenken, net zoals leerlingen in de bovenbouw van het basisonderwijs. Jongere leerlingen zullen meer aan de hand genomen moeten worden als het gaat om de inzet van ICT-hulpmiddelen.

Bij het bespreken van toetsen met een leerling is het belangrijk om onderscheid te maken tussen inhoudelijke fouten en fouten die samenhangen met dyslexie. Het kan dan bijvoorbeeld gaan om spelfouten of het onjuist interpreteren van vragen door leesfouten.

Leerlingen met dyslexie kunnen veel baat hebben bij extra voorbereiding voorafgaand aan de les. Het kan dan gaan om teksten die al eerder worden meegegeven, zodat de leerling de tijd heeft deze voorafgaand aan de les te bestuderen. Daarnaast helpt het leerlingen in het voortgezet onderwijs erg, wanneer de docent tijdens de les helder aangeeft wat hoofd- en bijzaken zijn. Voor leerlingen met dyslexie kan het lastig zijn om naar de docent te luisteren en tegelijkertijd notities te maken. Door de structuur in de stof aan te geven helpt dit leerlingen tijdens het maken van notities en het leren daarna.

Feedback is voor alle leerlingen belangrijk, om te kunnen leren en verder te ontwikkelen. De feedback kan zich richten op de inspanning van een leerling, de manier waarop de leerling heeft gewerkt en het resultaat daarvan. Als het gaat om taalfouten, is het beter individuele feedback te geven aan de leerling. Met name in het voortgezet onderwijs, maar ook in de bovenbouw van het basisonderwijs, zullen leerlingen fouten maken die de rest van de klas niet tot nauwelijks meer maakt. Op onze pagina instructie en feedback staat uitgebreider beschreven waaraan goede feedback voldoet.

Bovenstaande aandachtspunten op pedagogisch-didactisch vlak zijn slechts voorbeelden waaraan gedacht kan worden. In hoofdstuk 6 van het Protocol Dyslexie Voortgezet Onderwijs zijn nog meer adviezen te vinden.