Instructie en feedback

Zowel instructie als feedback spelen een essentiële rol bij het stimuleren van de lees- en spellingontwikkeling. Instructie in lezen en spellen blijft noodzakelijk tot het functionele niveau van geletterdheid bereikt is. Dat kan dus betekenen dat voor sommige leerlingen instructie in technisch lezen en/of spellen nodig blijft tot het einde van de basisschool. Feedback zorgt ervoor dat een leerling zichzelf kan ontwikkelen en verbeteren.

Instructie

Goede instructie houdt zowel uitleg als begeleid inoefenen in. Goede instructie is altijd gekoppeld aan het doel dat bereikt moet worden. De tussendoelen voor beginnende en gevorderde geletterdheid kunnen daarbij een hulpmiddel zijn.

In de fase van het voorbereidend en aanvankelijk lezen en spellen zullen de instructie en inoefening gericht zijn op fonologisch bewustzijn, letterkennis en – in groep 3 – op het (de)coderen van woorden. In de fase van het voortgezet technisch lezen staat vooral het automatiseren centraal en krijgt vlot en vloeiend lezen veel aandacht. Bij spelling is de instructie gericht op het toepassen van regels en strategieën.

Kenmerkend voor een goede instructie is dat de leerkracht expliciet bepaalde denkstappen en strategieën verwoordt. Nieuwe vaardigheden doet de leerkracht hardop denkend en stapsgewijs voor, zodat leerlingen zien volgens welke strategie de opdracht het beste uitgevoerd kan worden. Zeker voor zwakke lezers en spellers is dit belangrijk.

Begeleid inoefenen

Sommige leerlingen hebben extra instructie en begeleide inoefening nodig. De leerkracht kan voor deze leerlingen de klassikale instructie in kleinere stappen herhalen en aanvullende expliciete instructie geven. De leerlingen krijgen eerst de gelegenheid om de aangeleerde vaardigheid geïsoleerd toe te passen en pas daarna in verschillende contexten. Door te oefenen in verschillende contexten krijgen leerlingen ook daarna nog voldoende gelegenheid tot oefening en automatisering.

Het gaat er bij begeleid inoefenen dus om, zowel klassikaal als in kleinere groepjes, dat een leerkracht elke denkstap hardop voordoet, nagaat of de leerlingen de stap begrijpen, voorbeelden geeft en de moeilijkheidsgraad opbouwt. Op die manier zijn de leerlingen er op toegerust dat zij zelfstandig hun opdrachten kunnen maken en weinig faalervaringen opdoen.

Feedback

Feedback helpt om leerlingen bewust te worden van hun eigen leerproces en geeft motivatie om zich verder te ontwikkelen. De wijze waarop feedback wordt gegeven is echter van grote invloed. Er zijn verschillende soorten feedback: persoonsgericht (jij kan dit goed), inspanningsgericht (jij hebt hard gewerkt), resultaatgericht (dat is goed/fout) en procesgericht (lees de eerste letter nog eens, of: dit heb je handig aangepakt). Feedback geven op het proces van het lezen en spellen is meestal effectiever dan alleen feedback op de persoon en het resultaat.

Feedback bij lezen

Afhankelijk van het doel van de leesopdracht en hoe een leerling leest, kan er op verschillende manieren feedback worden gegeven. Ook speelt de reactie van een leerling op de feedback een rol bij het kiezen van de juiste vorm van feedback. Soms kan het goed zijn met een leerling af te spreken wat voor hem een fijne manier is van feedback krijgen.

Algemeen geldt dat het hele woord correct voorzeggen een effectieve manier is wanneer het doel bij het lezen is om vloeiend en correct te lezen. Het kan ook zinvol zijn om feedback te geven op klankstructuur, waarbij een leerling een hint krijgt hoe hij een woord kan lezen (verdeel het woord in stukjes, of: wat is de eerste letter van het woord?). Feedback is meer effectief wanneer leerlingen zelf een actieve bijdrage leveren. Wanneer het woord dus bijvoorbeeld correct is voorgezegd, is het goed om af te spreken dat een leerling het woord zelf ook nog een keer leest, en dan verder gaat met de rest van de tekst. Tot slot is directe feedback ook meer effectief dan uitgestelde feedback. Dat betekent dat je niet pas aan het eind van de leestaak feedback geeft, maar gelijk na een gemaakte fout. Uitzondering hierop is de Wacht – Hint – Prijs methode. Met name bij oudere leerlingen is dit een goed alternatief. Door na een fout even te wachten, krijgt de leerling de kans om zelf zijn fout te verbeteren. Lukt dat niet? Dan geef je een hint. Door daarna vooral aandacht te schenken aan wat goed ging, hou je de leesmotivatie hoog. Deze manier zorgt er ook voor dat de leerling leert te reflecteren tijdens het lezen en zo minder afhankelijk wordt van de leerkracht.

Feedback bij spelling

Net als bij lezen, zijn er ook bij spelling algemene richtlijnen voor het geven van feedback. Zo is een opdracht zelf na laten kijken op spellingfouten door leerlingen effectiever dan wanneer de leerkracht dit doet. Ook bij spelling geldt dat directe feedback effectief is. Leerlingen moeten dus tijdens of gelijk na een taak feedback krijgen. Daarbij helpt het beter om te weten wat er fout is, in plaats van alleen dat een woord fout geschreven is.

Leerlingen in het voorgezet onderwijs

Natuurlijk blijft het voor leerlingen in het voortgezet onderwijs ook van belang om feedback te krijgen. Bij hen ligt de focus voornamelijk op de zelfreflectie, zodat zij steeds meer in staat zijn om zelf hun leerproces te overzien. Geef zowel aan wat goed gaat, als wat nog verbeterd moet worden en geef hierbij ook aan hoe dit verbeterd kan worden. Het is goed om na te gaan hoe het komt dat een leerling nog bepaalde fouten maakt en hoe ze die kunnen voorkomen. Feedback alleen gericht op het resultaat is niet voldoende. Besteed ook aandacht aan de inspanning en taakaanpak (het proces).

Lees meer