Toetsen in het basisonderwijs

Scholen zijn verplicht de ontwikkeling van leerlingen systematisch te volgen zodat daarmee het onderwijs afgestemd kan worden op de onderwijsbehoeften (Ruimte in de regels, 2017). Bij leerlingen die achterblijven in hun ontwikkeling bekijkt de school wat een mogelijke verklaring hiervoor kan zijn en wat er moet gebeuren om deze leerlingen te ondersteunen (lees ook: Signaleren van achterstanden).

Scholen bepalen zelf op welke manier zij de ontwikkeling volgen. Voor de kleutergroepen geldt op dit moment dat het niet verplicht is om toetsen af te nemen. Vanaf 2022 kunnen scholen binnen het leerlingvolgsysteem voor kleuters geen gebruik meer maken van schoolse LVS-toetsen. Er kan dan nog wel gebruik worden gemaakt van LVS-observatie-instrumenten die zijn goedgekeurd door de Expertgroep PO. Deze LVS-observatie-instrumenten moeten genormeerd zijn en diagnostische en inhoudelijke informatie geven over de ontwikkeling van een kleuter.

Vanaf groep 3 wordt voor taal en rekenen gebruik gemaakt van betrouwbare, valide en genormeerde toetsen die ook informatie geven over het behaalde referentieniveau (lees ook: Goed lees- en spellingonderwijs | Doelgericht werken]). Er is in de wet niet vastgelegd hoeveel toetsen er moeten worden afgenomen, dat kan een school zelf bepalen. Ook de keuze voor een toetsaanbieder ligt bij de school. Er wordt wel verwacht dat de toetsen verantwoord worden afgenomen, op de wijze die in de toetshandleiding wordt voorgeschreven.

Begrip Toelichting
Betrouwbaarheid De toetsscore is hetzelfde wanneer iemand anders de toets zou beoordelen en wanneer de toets onder gelijke omstandigheden herhaald wordt afgenomen dan zou een vergelijkbare score moeten worden behaald.
Validiteit De toets meet daadwerkelijk de kennis of vaardigheid die beschreven is bij het doel van de toets – met andere woorden: de toets meet ook wat deze zou moeten meten.
Normering Vastgelegde regels waarmee een toetsresultaat betekenis krijgt. Het kan daarbij gaan om een vergelijking met de toetsscore van een (vergelijkbare) groep leerlingen en/of om een vergelijking met specifieke inhoudelijke criteria waaraan een toetsresultaat moet voldoen.

Aangepast toetsen bij dyslexie

Als de afnamewijze van de toets of de normering wordt aangepast, dan kan dit invloed hebben op de betekenis en de vergelijkbaarheid van de toetsscore. Daarom wordt in principe geadviseerd om voor alle leerlingen dezelfde, voorgeschreven afnamewijze aan te houden. Er kunnen desondanks redenen zijn om toch te kiezen voor aangepast toetsen, bijvoorbeeld bij leerlingen met ernstige dyslexie. Het is van belang om hierbij een zorgvuldige en verantwoorde afweging te maken over het doel waarvoor je als docent de toets wilt inzetten en de benodigde informatie over het niveau van de leerling die het al dan niet aangepast toetsen oplevert. Toetsafname zonder aanpassing levert informatie op over de voortgang of het niveau van de leerling ten opzichte van de normgroep. Soms scoren leerlingen met dyslexie vanwege hun technische leesprobleem echter zo laag (en blijvend laag) ten opzichte van de norm dat de zo behaalde toetsscore niet echt informatief (meer) is. Een aangepaste toetsafname levert weliswaar geen normgerelateerde informatie op maar geeft wel mogelijk zicht op individuele voortgang van de leerling ten opzichte van het eigen niveau bij een eerdere toetsafname. Aangepast toetsen kan ook zicht geven op het effect van de aanpassing en duidelijk maken waartoe de leerling met hulp van de aanpassing wel in staat is. Op die manier krijg je ook zicht op welke aanpassing beter werkt bij deze leerling. Een goed voorbeeld hiervan is de inzet van ondersteuning door voorleessoftware bij begrijpend lezen, zie verderop in dit artikel bij Begrijpend lezen.

Toetsen uit de methode

Methodetoetsen geven informatie over in hoeverre de behandelde stof wordt beheerst en in hoeverre een leerling profiteert van extra uitleg en instructie. Het is aan te raden om bij de methodetoetsen goed te bekijken wat je er mee wilt meten en of aanpassingen hier invloed op hebben. Op het moment dat er voor een aanpassing in afname en/of normering wordt gekozen dan is het van belang dat dit goed gerapporteerd wordt zodat je weet in welk licht het resultaat beoordeeld moet worden. In sommige methodes worden hier aanwijzingen voor gegeven. Mocht hier onduidelijkheid over zijn dan kan dit nagevraagd worden bij de methodeontwikkelaar.

Extra afnametijd kan bij veel toetsen een optie zijn, behalve bij toetsen waarbij je de automatisering van een bepaalde vaardigheid wilt meten, zoals technisch lezen. Daarnaast bieden steeds meer methodes toetsen aan op verschillende niveaus waardoor je een toets op een lager niveau kunt aanbieden. Zo krijg je ook beter inzicht in wat de leerling wel en niet beheerst en is de kans groter dat de vooruitgang ook zichtbaar wordt, wat weer goed is voor het zelfvertrouwen van de leerling.

Toetsen leerlingvolgsysteem

Toetsen uit het leerlingvolgsysteem (LVS-toetsen) worden afgenomen met als doel informatie te geven over hoe een leerling presteert op een bepaalde vaardigheid in vergelijking met leeftijdsgenoten in Nederland. Het is voor de vergelijkbaarheid belangrijk dat een toets bij alle leerlingen op dezelfde manier wordt afgenomen. Toetsontwikkelaars geven aanwijzingen over welke aanpassingen mogen worden gedaan om de toetsresultaten zoveel mogelijk vergelijkbaar te houden.

In deze handreiking van Cito (Afnemen van toetsen bij leerlingen met dyslexie, 2015) staat een overzicht van aanpassingen die zijn toegestaan bij verschillende Cito-toetsen en welke afwegingen moeten worden gemaakt.

Begrijpend lezen

Masterplan Dyslexie, Cito en Stichting Dyslexie Nederland (SDN) hebben een advies opgesteld over de verantwoorde afname van de Cito-LVS Begrijpend Lezen bij leerlingen met dyslexie: Begrijpend lezen toetsen bij dyslexie (2014). Op het moment dat er sprake is van zeer ernstige dyslexie is het te beargumenteren dat je bij deze betreffende leerling de begrijpend leestoets met ondersteuning laat afnemen. Op deze manier wordt het ernstige tekort aan technische leesvaardigheid gecompenseerd, waardoor beter zicht kan komen op de mate van tekstbegrip die de leerling kan behalen met inzet van de ondersteuning. Dit kan met name relevant zijn als duidelijk is dat de leerling met ernstige dyslexie naar verwachting ook in het vervolg van de schoolloopbaan gebruik zal moeten blijven maken van ondersteuning bij het lezen van teksten. Het is dus niet zo dat er helemaal geen voorleessoftware mag worden gebruikt bij de afname van een toets begrijpend lezen, maar het is wel belangrijk om te beseffen dat het de meetpretentie van de toets wel beïnvloedt. Het is daarom van belang om de aangepaste afnamecondities altijd goed vast te leggen, zodat de behaalde resultaten op een juiste manier geïnterpreteerd kunnen worden.

In deze handreiking van Cito (Afnemen van toetsen bij leerlingen met dyslexie, 2015) wordt uitgelegd waarom de richtlijnen verschillen tussen de Entree-toets Begrijpend Lezen en de LVS-toets Begrijpend lezen.

Eindtoets

In groep 8 zijn (bijna) alle leerlingen verplicht om de eindtoets te maken (Verplichte eindtoets basisonderwijs, website Rijksoverheid). In sommige gevallen hoeft een leerling niet de Eindtoets basisonderwijs te maken, zie website Rijksoverheid. De uitslag van de eindtoets vormt een aanvulling op het schooladvies. Daarnaast geeft de eindtoets zicht op de leerresultaten van basisscholen. Scholen kunnen deze informatie zelf gebruiken om hun onderwijs aan te passen. Daarnaast neemt de Inspectie van het Onderwijs de resultaten mee in de kwaliteitsbeoordeling van de school.

Er moet een passende versie van iedere eindtoets zijn voor leerlingen met een specifieke ondersteuningsbehoefte. De school beslist of een leerling een aangepaste versie krijgt. Het kan dan voor dyslexie bijvoorbeeld gaan om audio-ondersteuning of een toets die geschikt is voor tekst-naar-spraak-software. De beschikbare aanpassingen kunnen variëren tussen de verschillende eindtoetsen.

Lees meer