Doorverwijzing naar zorg in het basisonderwijs

Voor een beperkte groep leerlingen is goed onderwijs en intensivering van de begeleiding op ondersteuningsniveau 2 en 3 ontoereikend. Voor deze leerlingen is behandeling door een zorgverlener wenselijk. Leerlingen kunnen pas worden doorverwezen naar de zorg als er sprake is van een ernstige achterstand die blijft bestaan, ook na herhaalde interventies. Pas dan kan een vermoeden van dyslexie worden uitgesproken en kan de leerling worden aangemeld voor gespecialiseerde diagnostiek. Meer weten over de ondersteuningsniveaus? Bezoek dan de pagina over ondersteuningsniveaus, bekijk onze infographic of lees de handreiking invulling van ondersteuningsniveau 2 en 3. Hierin staat onder andere beschreven waaraan de eerdere niveaus moeten voldoen, voordat een leerling wordt doorverwezen naar ondersteuningsniveau 4. Deze tutorials kunnen daar ook meer houvast in bieden.

Sinds 2009 bestaat er een vergoedingsregeling voor gespecialiseerde dyslexiezorg voor basisschoolleerlingen met ernstige enkelvoudige dyslexie (EED). Dit houdt in dat ouders het dyslexieonderzoek en de dyslexiezorg niet zelf hoeven te betalen, maar geheel vergoed krijgen. Sinds 2019 zijn de gemeentes verantwoordelijk voor de dyslexiezorg, zowel voor diagnostiek als behandeling. De gemeente waar een kind ingeschreven staat, is de verantwoordelijke gemeente voor deze zorg. Wanneer een kind binnen de EED-regeling valt, dan wordt het onderzoek door de gemeente vergoed.

Wie komt voor vergoede diagnostiek in aanmerking?

Wanneer de extra begeleiding van school voldoende is geweest (op ondersteuningsniveau 1, 2 en 3) en het Leerlingdossier op orde is kan een leerling worden doorverwezen naar de zorg. Het onderwijs onderbouwt de ernst van het lees- en/of spellingprobleem door aan te tonen dat er sprake is van een ernstige, hardnekkige achterstand. Dit houdt in dat de school aantoont goed onderwijs en intensieve begeleiding geboden te hebben die voldoet aan kenmerken van effectief onderwijs en dat een leerling desondanks zeer lage lees- en spellingscores behaalt op 3 achtereenvolgende meetmomenten. Al deze informatie wordt vastgelegd en beschreven in het Leerlingdossier.

Voor de toegang tot het vergoede diagnostisch onderzoek wordt eerst beoordeeld of in het leerlingdossier voldoende onderbouwing gegeven is voor het vermoeden van dyslexie. Deze beoordeling wordt gedaan door een diagnost of door een apart hiervoor aangestelde Poortwachter. De Poortwachter is een onafhankelijke orthopedagoog/psycholoog die meestal in dienst is van de gemeente of van het samenwerkingsverband Passend Onderwijs waar de school onder valt. Wanneer het dossier na screening wordt goedgekeurd voor onderzoek en de leerling zit op de basisschool wanneer hij wordt aangemeld, dan wordt het onderzoek vergoed.

De Leidraad vergoedingsregeling dyslexie van onderwijs naar zorg beschrijft het proces dat doorlopen wordt bij een vermoeden van ernstige, enkelvoudige dyslexie (EED) tot diagnostiek en behandeling. In deze leidraad wordt ook een toelichting gegeven over het beredeneerd omgaan met zeer uitzonderlijke gevallen. De precieze procedure waarop de doorverwijzing naar de zorg is geregeld verschilt per gemeente.

Om in aanmerking te komen voor vergoed onderzoek moet in ieder geval uit het leerlingdossier blijken dat:

  1. De scores op de 3 hoofdmetingen waren:

- Woordlezen: V-(min)score of E-score (laagste 10%)

OF

- Woordlezen: V-score of lage D-score (laagste 20%) - Spelling: V-(min)score of E-score (laagste 10%)

  1. Begeleiding op alle ondersteuningsniveaus voldeed aan kenmerken van effectief handelen

Bij een doorverwijzing zal de leerkracht samen met de intern begeleider:

  • moeten kunnen aantonen dat er sprake is van een achterstand en dat de lees-en/of spellingproblemen hardnekkig zijn, wat terug komt in de scores van de leerling en in de beschreven begeleiding die op de verschillende ondersteuningsniveaus is geboden;
  • alle benodigde gegevens over de leerling in de vorm van een leerlingdossier aanleveren;
  • ouders over het vermoeden van dyslexie en het dyslexiebeleid op school informeren;
  • ouders bij de keuze van een gespecialiseerd instituut of behandelaar adviseren.

Traject voor doorverwijzing in stappen

Bekijk onze infographic of het schema hieronder om in één overzicht te zien welke stappen doorlopen moeten worden.

Tabel met uitleg van de 4 ondersteuningsniveaus

Doublures

Om goed te kunnen bepalen wat de achterstand van een leerling is, is het belangrijk om gebruik te maken van de juiste normgroep bij het omzetten van de ruwe scores naar normscores. Bij een leerling die is blijven zitten is dit lastiger, omdat zijn didactische leeftijd (DL) verschilt met dat van andere leerlingen in de groep. Bij doublure telt de didactische leeftijd door. Het blijft best ingewikkeld om de juiste normscores te bepalen omdat dit voor lezen en spellen op een andere manier moet worden bepaald, daarom wordt in de Richtlijn Omgaan met doublures bij de screening voor toegang tot vergoede zorg voor zowel lezen als spellen aan de hand van een casus bovenstaande doorlopen en uitgelegd.

Comorbiditeit

Comorbiditeit betekent het samengaan van meerdere stoornissen, zoals de combinatie van dyslexie en ADHD. Om voor vergoede zorg in aanmerking te komen, dient er sprake te zijn van ernstige, enkelvoudige dyslexie. Met enkelvoudig wordt bedoeld dat er geen sprake is van een andere stoornis, die een belemmering vormt voor onderzoek en eventueel behandeling.

Kinderen waarbij dyslexie secundair is aan de andere stoornis (d.w.z. de andere stoornis is dominant), komen niet in aanmerking voor vergoede diagnostiek en/of behandeling. Wanneer de andere stoornis dus een belemmering vormt om goed onderzoek te kunnen doen en eventueel te behandelen, dan dient deze andere stoornis eerst behandeld te worden zodat deze geen belemmering meer vormt. Wanneer de psycholoog of orthopedagoog beoordeelt dat de andere stoornis geen belemmering (meer) vormt, dan kan een kind in aanmerking komen voor vergoede dyslexiezorg. Lees in de Richtlijn comorbiditeit meer over verschillende beslismomenten en uitkomsten wanneer er sprake is van comorbiditeit.

Hoogbegaafheid en dyslexie

Dyslexie staat los van intelligentie, dus ook bij hoogbegaafde leerlingen kan er sprake zijn van dyslexie. Ongeveer 1-5% van de leerlingen met leerproblemen is hoogbegaafd. Het signaleren van leerlingen die hoogbegaafd zijn en dyslexie hebben is niet zo makkelijk. Vaak kunnen ze hun leesproblemen compenseren, doordat ze strategieën ontwikkelen waardoor ze toch gemiddelde resultaten laten zien. Ze scoren dan ook niet (meerdere keren) een E-score voor lezen.

Het kan voor hoogbegaafde leerlingen frustrerend zijn dat ze grote intellectuele mogelijkheden hebben, maar vastlopen bij het lezen en/of spellen. Soms komt dit over als ongeïnteresseerd of ongemotiveerd gedrag, terwijl deze leerlingen juist worstelen met de hoge eisen die ze aan zichzelf stellen, maar hier niet aan kunnen voldoen. De Richtlijn Lees- en Spellingproblemen in combinatie met Hoogbegaafdheid, is een toevoeging bij de Brochure diagnostiek en behandeling van het SDN. Deze richtlijn geeft informatie over hoe er omgegaan kan worden met leerlingen die hoogbegaafd zijn, bij wie ook sprake is van een vermoeden van dyslexie.

Terugverwijzing naar school

Wanneer de onderbouwing van school voor het vermoeden van dyslexie als onvoldoende wordt beoordeeld door de diagnost of de Poortwachter, dan wordt er geen diagnostisch onderzoek gedaan naar dyslexie en wordt de leerling terugverwezen naar school. Wanneer de aanmelding is afgewezen omdat de begeleiding op ondersteuningsniveau 3 onvoldoende was, dan kan de school de leerling (nogmaals) ondersteuning op niveau 3 bieden. Natuurlijk is het dan wel van belang om eerst goed te bekijken waarom de eerder gegeven ondersteuning niet aan de criteria voldeed en welke aanpassingen er nodig zijn.