Kenmerken van een effectieve aanpak

Op basis van onderzoek en praktijkervaringen zijn een aantal componenten van een effectieve aanpak bij lees- en spellingproblemen te onderscheiden. Hieronder worden ze in het kort beschreven.

De effectieve componenten zijn uitgebreider beschreven in de Overzichtsstudie naar de effectiviteit van preventie en interventie in het basisonderwijs (Scheltinga & Elderenbosch, 2021). De resultaten zijn in het kort op een rijtje gezet in Effectief handelen op ondersteuningsniveau 3: een beknopte onderbouwing. De Handreiking voor invulling van ondersteuningsniveau 2 en 3 bij een vermoeden van dyslexie beschrijft de concrete, inhoudelijke invulling van ondersteuningsniveau 2 en 3. Op basis daarvan kunnen scholen beredeneerde keuzes maken in hun aanpak en een eventuele doorverwijzing naar de zorg onderbouwen. De poortwachter kan de handreiking gebruiken om de uitgevoerde ondersteuning kritisch te beoordelen.

De effectieve componenten zijn verwerkt in de Keuzehulp effectieve interventies ondersteuningsniveau 3. Deze kan ingezet worden bij het maken van een beredeneerde keuze voor een passend interventieprogramma. Van enkele programma’s hebben inhoudsdeskundigen in analyses beschreven in welke mate de effectieve componenten verwerkt zijn in de betreffende programma’s.

De keuze voor een interventieprogramma alleen biedt geen garantie voor een effectieve aanpak. Het gaat er om door wie het programma wordt uitgevoerd en hoe het programma wordt uitgevoerd. Met de Checklist kwaliteitsaanpak: Professioneel handelen op ondersteuningsniveau 3 lezen en spellen kan geëvalueerd worden of uitvoering van de interventie van voldoende kwaliteit is.

Effectieve componenten

Algemene kenmerken

Taakgericht

Om een zo hoog mogelijk lees- of spellingniveau te bereiken is een taakgerichte benadering belangrijk. De instructie moet gericht zijn op het lezen en spellen. Met andere woorden, lezen leer je vooral door te lezen, spellen door te spellen.

Systematisch aanbod

Een systematisch aanbod is van belang om er voor te zorgen dat gestelde doelen worden behaald. Dit wil zeggen dat de planning van activiteiten wordt afgestemd op de leerdoelen op korte en lange termijn, waarbij wordt uitgegaan van een beredeneerde opbouw in moeilijkheidsgraad. Op vaste momenten wordt er geëvalueerd of de doelen zijn bereikt.

Tijdens een evaluatie bespreken leerkracht en leerlingen de doelen en wordt inzichtelijk gemaakt hoe de leerlingen zijn gegroeid in hun lees- en/of spellingontwikkeling. Voor leerlingen die kleine stappen maken die lastig meetbaar zijn met de gangbare toetsinstrumenten, kan GAS Geven helpen om toch hun vorderingen in kaart te brengen. Dit is een manier van formatief evalueren, die het mogelijk maakt om ook kleine ontwikkelstappen goed te volgen.

Expliciete instructie

De meeste leerlingen zijn in staat om patronen te herkennen bij lezen en spellen en deze kennis vervolgens bij nieuwe woorden ook toe te passen. Dit is voor kinderen die moeite hebben met lezen en/of spellen niet goed haalbaar. Het leerproces verloopt bij hen minder makkelijk en zij hebben expliciete instructie nodig bij lezen en spellen. Dit houdt in dat de lesstof in kleine stappen wordt aangeboden en dat de leerkracht/leesspecialist als model fungeert. Een opdracht wordt voorgedaan, samen gedaan en tot slot zelf gedaan. Expliciete aandacht voor spellingregels en leesstrategieën is ook van belang, omdat dit de leerling handvatten kan bieden voor het lezen en spellen van nieuwe moeilijke woorden.

Instructietijd

De intensiteit van het extra ondersteuningsaanbod draagt bij aan de effectiviteit van het aanbod. Dit kan een-op-een of in groepjes van maximaal 3 of 4 leerlingen. Voor een interventie op ondersteuningsniveau 3 betekent dit dat deze minimaal 3 keer per week plaatsvindt in sessies van in totaal tenminste 60 minuten per week.

Aandacht voor gerichte feedback

Feedback helpt om leerlingen zich bewust te laten worden van hun leerproces en motiveert om zich verder te ontwikkelen. De wijze waarop feedback wordt gegeven, is daarbij van grote invloed. Er zijn verschillende soorten feedback: persoonsgericht (jij kan dit goed), inspanningsgericht (jij hebt hard gewerkt), resultaatgericht (dat is goed/fout) en procesgericht (lees de eerste letter nog eens, of: dit heb je handig aangepakt). Feedback geven op het resultaat en op het proces van het lezen en spellen is het meest effectief. Met procesgerichte feedback kan een leerling leren welke denkstappen gezet moeten worden of welke strategie ingezet moet worden in een bepaalde situatie om tot een goed eindresultaat te leiden. Lees ook Weten | Feedback.

Didactische kenmerken

Alfabetisch principe

Het bevorderen van inzicht in het alfabetisch principe is zowel voor lezen als spellen effectief. Letter-klankkoppelingen moeten expliciet en systematisch aangeboden worden. Zowel letterkennis als fonologisch bewustzijn moeten - bij voorkeur in samenhang - aandacht krijgen. Het trainen van het foneembewustzijn kan effectief zijn als leerlingen moeite hebben met het herkennen van (bepaalde) klanken. Dit moet dan wel gecombineerd worden met het versterken van letter-klankkoppelingen. Alleen het trainen van foneembewustzijn blijkt namelijk niet effectief voor het verbeteren van de lees- en spellingvaardigheid.

Oefenen op letter-/klank, woord-, zins- en tekstniveau

Het oefenen op verschillende niveaus maakt transfer mogelijk van de geleerde deelvaardigheid naar het toepassen van het geleerde in een nieuwe situatie. Alleen het oefenen op woordniveau leidt bij zwakke lezers en spellers namelijk niet automatisch tot beter lezen en schrijven op zins- en tekstniveau. Daarom is het belangrijk om de geleerde lees- en spellingaspecten toe te passen in nieuwe en verschillende lees- en schrijfsituaties.

Aandacht voor woordstructuur

Het is effectief om in de instructie naast het lezen van het hele woord ook gericht te werken aan het herkennen van de structuur van een woord, zoals medeklinkerclusters en morfemen. Dit kan leiden tot grotere vooruitgang en een betere transfer naar nieuwe woorden. Ook in het spellingonderwijs is het effectief om  -zodra de letter-klankkoppelingen worden beheerst- aandacht te besteden aan de woordstructuur.

Aandacht voor leestempo: eerst goed dan snel

Om woorden snel te kunnen leren lezen, zal een leerling ze eerst goed moeten kunnen lezen. Zowel bij lezers met een radende strategie als lezers met een spellende strategie is het belangrijk om er eerst voor te zorgen dat ze de woorden zonder veel moeite goed kunnen lezen, en pas daarna te oefenen op tempo. Voorkomen moet worden dat leerlingen door tempoverhoging radend gaan lezen.

Herhaling en herhaald lezen en spellen

Om een bepaalde leesmoeilijkheid of schrijfwijze van een woord te automatiseren is voldoende herhaling nodig. Leerlingen met lees- en/of spellingproblemen moeten nog vaker dan andere leerlingen oefenen met letters en woorden om tot deze automatisering te komen. Ook het herhaald, hardop lezen van teksten onder begeleiding is effectief. Zowel het herlezen van dezelfde tekst, als het lezen van andere teksten die vergelijkbaar zijn in moeilijkheidsgraad blijkt effectief.

Aandacht voor generalisatie

Naast de expliciete instructie op deelvaardigheden van het lezen en spellen, moet er ook gewerkt worden aan het kunnen toepassen van het geleerde in nieuwe situaties. Een leerling moet zich lees- en spellingstrategieën eigen maken, waarmee hij nieuwe onbekende woorden goed kan lezen of spellen.

Aandacht voor lees- en spellingmotivatie

Dagelijks lezen is heel belangrijk, zeker voor leerlingen met leesproblemen. Dat is voor veel leerlingen met leesproblemen best een opgave, juist omdat dit niet goed lukt. Datzelfde geldt voor spellingopdrachten, die vaak terugkomen met veel correcties. Ook dit werkt niet motiverend en kan leiden tot frustraties. Door het vertrouwen in de eigen lees- en spellingvaardigheid van de leerling kan de motivatie toenemen. Daarnaast is het belangrijk dat de interesses van leerlingen worden aangesproken in het leesmateriaal dat wordt gekozen. Door de leerling keuze te geven in het leesmateriaal of het doel waaraan gewerkt wordt, kan het gevoel van autonomie worden ondersteund. Daarnaast werkt het stimuleren van sociale interactie rondom lezen en het stellen van beheersingsdoelen motiverend.