Comorbiditeit

Dyslexie kan samengaan met andere leer- en/of ontwikkelingsproblemen, er is dan sprake van comorbiditeit. Net als bij andere ontwikkelingsstoornissen, komt bij kinderen met dyslexie vaker een andere problematiek voor, dan bij gemiddeld ontwikkelende kinderen. Bij meer dan 50 procent van de kinderen met dyslexie is er in meerdere of mindere mate sprake van comorbide problematiek.

De meest voorkomende combinaties zijn:

  • dyslexie en ADHD (aandachtsstoornis)
  • dyslexie en ASS (autisme-spectrum-stoornis)
  • dyslexie en dyscalculie
  • dyslexie en licht verstandelijke beperking
  • dyslexie en spraak-/taalstoornissen zoals een taalontwikkelingsstoornis (TOS)

Met name voor het onderzoek en de behandeling van lees- en/of spellingproblemen is het van belang om te weten of er sprake is van comorbiditeit. Wanneer dit het geval is, kan het voor een diagnost namelijk lastiger zijn om de diagnose dyslexie te kunnen stellen. Ook is het belangrijk om te bepalen of de bijkomende stoornis geen belemmering vormt voor het volgen van een dyslexiebehandeling.

Ook lichtere problemen, die niet als stoornis worden gezien, worden beschreven door de diagnost. Het gaat dan bijvoorbeeld om lichte problemen met concentratie of in sociaal gedrag. Ook wordt er tijdens het onderzoek naar de intelligentie gekeken. Een beperkte intelligentie (IQ 70-85), waar naast de dyslexie sprake van kan zijn, kan aanpassingen in de behandeling vereisen. Wanneer de andere problemen een dusdanige belemmering vormen voor het onderzoek naar dyslexie en/of de behandeling, dan zullen eerst de andere problemen aangepakt moeten worden en wordt het onderzoek of de behandeling uitgesteld.

Lees meer