Signaleren in groep 3

In groep 3 start het formeel leesonderwijs. Kinderen met leesproblemen hebben veel moeite om de geschreven letters om te zetten naar klanken. Woorden worden traag en/of fout gelezen. De oorzaak hiervan ligt meestal in een zwak fonemisch bewustzijn of geringe letterkennis. Leerlingen die moeite hebben met lezen houden vaak vast aan een spellende leesstrategie, een radende leesstrategie of – en dat komt eigenlijk het meest voor – een combinatie van beide strategieën. Voor een nadere toelichting van deze leesstrategieën zie paragraaf 1.3 in het boek Leesproblemen en dyslexie in het basisonderwijs.

Naast de signalen rondom fonologisch en fonemisch bewustzijn, en actieve letterkennis die beschreven zijn bij groep 1-2, kunnen er vanaf groep 3 ook signalen worden opgevangen rondom de lees- en spellingontwikkeling.

Risicofactoren

Deze signaleren kunnen ook wel gezien worden als risicofactoren. De leerlingen die bij het lezen en spellen aan onderstaande punten voldoen, zullen meer moeite hebben met lees- en spellingvaardigheid. Deze risicofactoren zullen bij toetsen duidelijk worden, maar zullen de leerkracht ook in de klas opvallen tijdens de leesles, of het maken van een methodegebondentoets. Over welke factoren gaat het dan?

Voor lezen gaat het om de volgende factoren:

  • Woorden worden traag en/of fout gelezen
  • Lang spellend lezen of vroeg radend lezen
  • Lezen van teksten verloopt niet vloeiend

En voor spelling om deze factoren:

  • Woorden worden traag en/of fout gespeld
  • Kennis van spellingregels en –patronen wordt niet goed toegepast
  • Schrijfactiviteiten verlopen moeizaam en/of traag
  • Spellingregels worden niet/moeizaam geautomatiseerd
  • Fouten worden niet gecorrigeerd door de leerling zelf