Signalering en preventie in het basisonderwijs

Groep 1-2

In de kleuterperiode kan nog niet precies worden voorspeld bij welke kinderen later dyslexie zal ontstaan. Er zijn wel vaak signalen in de taalontwikkeling die op een verhoogd risico duiden. Deze zijn na te gaan in gesprekken met ouders, maar ook door middel van observaties en/of het afnemen van taken bij de kinderen.

Risicofactoren

Genetische factoren: 

  • Dyslexie komt voor in de familie

Spraak- en taalontwikkeling:

  • Moeite met uitspraak klanken
  • Moeite met vormen van goede zinnen
  • Kleine woordenschat

Fonologisch en fonemisch bewustzijn:

  • Moeite met hakken van een woord in losse klanken, bijvoorbeeld /boek/ naar /b/ /oe/ /k/
  • Moeite met samenvoegen van losse klanken tot een woord, bijvoorbeeld het plakken van /b/ /oe/ /k/ tot /boek/
  • Moeite met weglaten van klanken in een woord, bijvoorbeeld het weglaten van de /r/ in /broek/, je houdt /boek/ over
  • Moeite met het herkennen van een klank in een woord

Actieve letterkennis:

  • Moeite met het onthouden van letter-klankkoppelingen

Benoemsnelheid:

  • Moeite om snel en goed reeksen letters, plaatjes of cijfers te benoemen

Non-woord repetitie:

  • Moeite om niet bestaande woorden na te zeggen

Leerkrachten observeren de volgende punten ook als risicofactor:

  • Moeite met het begrijpen van complexe vragen, terwijl ze het antwoord wel weten
  • Moeite met het onthouden of ophalen van namen uit het geheugen
  • Moeite met het opnoemen van dagen van de week
  • Moeite met het ordenen van objecten
  • Moeite om op woorden te komen

Signaleringsinstrumenten

In het Protocol Preventie van leesproblemen - groep 1-2 (2017) worden verschillende voorbeelden gegeven van observatielijsten en signaleringsinstrumenten om de voortgang van de taalontwikkeling en de beginnende geletterdheid van kleuters te kunnen monitoren. Voorbeeld hiervan is de Signaleringslijst voor kleuters 2.0. Ook kleutertaken kunnen een beeld geven hoe ver een kind is op een bepaald gebied.

Preventie in groep 1-2

Mocht een kleuter uitvallen op fonemisch bewustzijn, actieve letterkennis en benoemsnelheid (de drie belangrijkste voorspellers van de leesontwikkeling), dan kan er preventief met deze kleuter aan de slag worden gegaan. Vroegtijdig ingrijpen is beter dan achteraf een achterstand moeten inhalen. Voorbeelden van bewezen effectieve preventieve methodes zijn de voorschotbenadering en Bouw!. Kijk voor meer informatie over deze methodes in het Protocol Preventie van leesproblemen - groep 1-2 (2017). Of bij de FAQ over Bouw!.

Groep 3

In groep 3 start het formeel leesonderwijs. Kinderen met leesproblemen hebben veel moeite om de geschreven letters om te zetten naar klanken. Woorden worden traag en/of fout gelezen. De oorzaak hiervan ligt meestal in een zwak fonemisch bewustzijn of geringe letterkennis. Leerlingen die moeite hebben met lezen houden vaak vast aan een spellende leesstrategie, een radende leesstrategie of – en dat komt eigenlijk het meest voor – een combinatie van beide strategieën. Voor een nadere toelichting van deze leesstrategieën zie paragraaf 1.3 in Leesproblemen en dyslexie in het basisonderwijs

Naast de signalen rondom fonologisch en fonemisch bewustzijn, en actieve letterkennis die beschreven zijn bij groep 1-2, kunnen er vanaf groep ook signalen worden opgevangen rondom de lees- en spellingontwikkeling.

Risicofactoren

Lezen:

  • Woorden worden traag en/of fout gelezen
  • Lang spellend lezen of vroeg radend lezen
  • Lezen van teksten verloopt niet vloeiend

Spellen:

  • Woorden worden traag en/of fout gespeld
  • Kennis van spellingregels en –patronen wordt niet goed toegepast
  • Schrijfactiviteiten verlopen moeizaam en/of traag
  • Spellingregels worden niet/moeizaam geautomatiseerd
  • Fouten worden niet gecorrigeerd door de leerling zelf

Groep 4 tot en met 8

Veel van de kenmerken die bij groep 3 zijn genoemd, gelden ook voor de leerlingen die al verder zijn met lezen en spellen. De problemen kunnen echter ernstiger worden. Er worden steeds hogere eisen gesteld aan de lees- en schrijfvaardigheid van leerlingen. 

Risicofactoren

Lezen:

  • Woorden worden traag en spellend gelezen
  • Woorden worden radend gelezen
  • Woorden worden fout gelezen 
  • Lezen van teksten verloopt niet vloeiend
  • (Stil)lezen van teksten bij andere vakken verloopt traag
  • Vermijdingsgedrag bij en/of hekel aan hardop lezen

Spellen:

  • Woorden worden fout gespeld
  • Woorden worden traag gespeld
  • Kennis van spellingregels en –patronen wordt niet goed toegepast
  • Schrijfactiviteiten verlopen moeizaam en/of traag
  • Spellingregels worden niet of moeizaam in schrijfactiviteiten toegepast 
  • Fouten worden niet gecorrigeerd door de leerling zelf 
  • Geen inzicht in de opbouw van het spellingsysteem

SBO

De meeste leerlingen in het speciaal basisonderwijs hebben meer tijd nodig om zich het lees- en spellingproces eigen te maken, in vergelijking met leerlingen in het regulier basisonderwijs. Door voor deze leerlingen wel concrete, maar andere doelen op te stellen, en te volgen of de leerlingen deze doelen behalen kan worden nagegaan of het onderwijsaanbod is aangeslagen en of de vooraf geformuleerde doelen zijn behaald. Hiervoor geldt hetzelfde als in het reguliere basisonderwijs: toets op vaste momenten in het jaar en monitor daarmee de lees- en spellingontwikkeling. 

Ouders

Signalen bij kleuters

Ouders zijn degenen die natuurlijk de eerste signalen opvangen, wanneer de taalontwikkeling wat achterblijft. Bij kleuters kan er geen dyslexie worden vastgesteld, maar er zijn wel signalen die kunnen duiden op latere moeilijkheden bij het leren lezen.
In het kader van het Masterplan Dyslexie zijn er tips voor ouders op een rijtje gezet waar op gelet kan worden, zoals:

  • Spreekt mijn kind de woorden goed uit?
  • Begrijpt mijn kind een verhaaltje als ik dat voorlees?
  • Begrijpt mijn kind de plaatjes bij een verhaal?
  • Kan mijn kind versjes onthouden?
  • Kan mijn kind rijmen?
  • Kent mijn kind de eerste letter van zijn naam?
  • Kent mijn kind de eerste letters van de namen van familieleden en van bekende woordjes?
  • Heeft mijn kind belangstelling voor boekjes of briefjes?

Signalen in groep 3

Wanneer kinderen leren lezen in groep 3, kan er op andere punten worden gelet:

  • Kent mijn kind de letters van het alfabet?
  • Kan mijn kind namen van kleuren, dagen van de week, cijfers of reeksen onthouden?
  • Constateren het consultatiebureau of de schoolarts gehoorproblemen of spraak-/taalproblemen?
  • Is mijn kind opgewekt als het naar school gaat of van school komt?
  • Zoekt mijn kind uitvluchten om naar school te gaan?
  • Heeft mijn kind vaak lichamelijke problemen?
  • Zijn er gedragsproblemen?
  • Komt dyslexie in de familie voor?

Lees meer