FAQ | Wat is dyslexie?

Wat wordt bedoeld met 'enkelvoudige' dyslexie?

De vergoedingsregeling geldt voor leerlingen met ernstige, enkelvoudige dyslexie. ‘Enkelvoudig’ betekent dat er bij de leerling naast dyslexie geen sprake is van een of meer andere (leer)stoornissen (dit wordt ook wel comorbiditeit genoemd). Het Protocol Dyslexie Diagnostiek & Behandeling (voor de zorg) geeft aan dat het bij comorbiditeit gaat om stoornissen die bovengemiddeld vaak samen met dyslexie voorkomen. Een dergelijke stoornis hoeft geen gemeenschappelijke oorzaak te hebben met dyslexie, maar heeft wel een negatieve invloed op de prestaties op lezen en spellen van de leerling met dyslexie. De stoornis heeft dus wel een zekere relatie tot de dyslexie en/of leervaardigheden; een gebroken been wordt niet gezien als comorbiditeit. Het is aan de diagnosticus (een gedragswetenschapper) aan de zorgkant om te bepalen of er sprake is van comorbiditeit.

In sommige gevallen is het toch mogelijk om in aanmerking te komen voor vergoeding. In de Richtlijn Comorbiditeit van het Nationaal Referentiecentrum Dyslexie (NRD) en het Kwaliteitsinstituut Dyslexie (KD), die per oktober 2012 als bijlage is opgenomen bij het Protocol Dyslexie Diagnostiek & Behandeling, staat dat een kind dat een bijkomende stoornis heeft in aanmerking kan komen voor vergoeding als de andere stoornis niet (meer) belemmerend is voor dyslexieonderzoek. Als de comorbide stoornis wel belemmerend is voor dyslexieonderzoek en/of -behandeling, dan komt het kind in eerste instantie niet in aanmerking voor vergoeding en wordt geadviseerd eerst de comorbide stoornis te laten behandelen. Het is de diagnosticus die beoordeelt of de bijkomende stoornis belemmerend is voor dyslexieonderzoek en -behandeling. Alle behandelaren die zijn aangesloten bij het NKD (samenvoeging NKD en KD) werken volgens deze nieuwe richtlijn comorbiditeit.

Alle andere kinderen waarbij sprake is van comorbiditeit hebben ook recht op zorg; de vergoeding van deze zorg valt alleen niet onder deze specifieke regeling. Als er sprake is van ernstige dyslexie in combinatie met een andere GGZ-stoornis, bestaat er – al vóór 2009, het jaar waarin de vergoedingsregeling werd ingevoerd – recht op vergoede hulp op grond van de algemene regels voor de GGZ-hulpverlening in de basisverzekering. Als er sprake is van ernstig dyslexie in combinatie met de diagnose auditieve of visuele stoornis, bestaat er al langer – eveneens al vóór 2009 – recht op hulp in de vorm van leesbegeleiding (bijvoorbeeld leestraining door een logopedist) vanuit de vergoeding die deze leerling krijgt voor die andere (niet-GGZ-)stoornis.
Naar boven
 

Wat wordt verstaan onder 'ernstige' dyslexie?

Het Protocol Dyslexie Diagnostiek & Behandeling (voor de Zorg) noemt criteria op basis waarvan de ernst van de dyslexie kan worden vastgesteld. Er wordt gekeken of de lees- en/of spellingresultaten horen bij de laagste 10% van het normgemiddelde lezen of bij de laagste 16% op lezen én de laagste 10% op het normgemiddelde spellen. Het gaat dan om 3 keer achter elkaar E-score (V- score) op lezen, of 3 keer een E-score (V- score) op spelling en 3 keer een D/E score (V- of V score) op lezen. Het is aan de diagnosticus (een gedragswetenschapper) aan de zorgkant om te bepalen of er sprake is van ‘ernstige’ dyslexie.
Naar boven
 

Is dyslexie met een speciale bril te verhelpen?

Eén keer in de zoveel tijd duiken ze op: berichten over de Xlens, een speciale bril met gekleurde glazen en bepaalde filterkarakteristieken. Volgens de firma Xlens heeft 60% van de mensen met dyslexie er baat bij. Hoogleraren Ben Maassen en Aryan van de Leij zijn sceptisch (lees hier het bericht in Trouw), evenals het Stimuleringsprogramma Dyslexie: er is geen bewijs dat een bril met gekleurde glazen helpt tegen dyslexie. De Reclame Code Commissie heeft onlangs geoordeeld dat het bedrijf Xlens de kwalificatie 'wetenschappelijk bewezen' niet meer mag gebruiken (klik hier voor het volledige bericht).

In de Protocollen Leesproblemen en Dyslexie bespreken we de misvatting waarbij afwijkende oogbewegingen worden gezien als de oorzaak van dyslexie:
Een andere term die soms gehanteerd wordt om dyslexie aan te duiden is ‘woordblindheid’. Hiermee wordt de suggestie gewekt dat dyslexie iets te maken heeft met het visueel vermogen. Dit is niet het geval. Tijdens het lezen bewegen de ogen van links naar rechts, maken ze sprongen terug en blijven ze enige tijd gefixeerd op moeilijke woorden. Elke lezer maakt van deze oogbewegingen, maar bij dyslectici zien die bewegingen er iets anders uit. Zij kijken vaker terug in de tekst, fixeren hun ogen vaker op bepaalde – voor hen moeilijke – woorden en de fixaties duren gemiddeld langer dan bij gemiddelde lezers. Deze afwijkende oogbewegingen zijn een gevolg van de leesproblemen van de dyslecticus en niet, zoals sommige oogartsen of optologen denken, de oorzaak. 

Sommige kinderen hebben moeite met lezen, omdat ze hun ogen niet goed kunnen fixeren op een woord (de woorden ‘springen’ voor de ogen) of omdat ze hun ogen niet gecoördineerd over een regel kunnen bewegen. Deze kinderen hebben vaak last van hoofdpijn, prikkende ogen of ze zien sterretjes tijdens het lezen of televisiekijken. Om deze problemen op te lossen schrijven sommige oogartsen een prismabril of een bril met gekleurde glazen voor, die de oogspiercoördinatie zou moeten verbeteren. Een voorbeeld van speciale lenzen is Xlens. Xlens bestaat uit gekleurde lenzen met speciale filterkarakteristieken. Het is niet wetenschappelijk vastgesteld, dat kinderen daarmee hun leesproblemen kwijtraken. Er is geen verband aangetoond tussen waarnemingsproblemen en dyslexie. Wel kunnen deze twee problemen naast elkaar bestaan, net als dyslexie en ver- of bijziendheid naast elkaar kunnen voorkomen. 

Als een kind problemen heeft met het herkennen van letters, moet altijd worden nagegaan of het wel goed kan zien. In geval van twijfel is een onderzoek en het eventueel aanmeten van een bril door een oogarts noodzakelijk. Is beperkt zicht niet de oorzaak van het leesprobleem, dan moet de leerling goed in de gaten worden gehouden en is adequate begeleiding nodig.

Om een zo hoog mogelijk niveau van functionele geletterdheid te bereiken, is een taakgerichte benadering noodzakelijk. De instructie moet dus gericht zijn op het oefenen van de vaardigheden die nodig zijn bij het lezen en spellen: lezen leer je vooral door te lezen, spellen door te spellen. De effecten van niet-taakgerichte werkwijzen of (hulp)middelen – zoals sensomotorische training, neurofeedback, kinesiologie, diëten, prismabrillen, brillen met gekleurde glazen en medicijnen – op lees- en spellingvaardigheid zijn niet aangetoond en deze werkwijzen worden dan ook sterk afgeraden.
Naar boven